
| Andere namen | Reuzenpanda |
| Wetenschappelijk | Ailuropoda melanoleuca |
| Engels | Giant panda |
| Verspreiding | Zuidwest China |
| Voedsel | Bamboe, bessen, gras, paddenstoelen |
| Leeftijd | Tot ong 25 jaar. |
| Lengte | Tot 1.50 meter |
| Gewicht | 80 tot 150 kg. |
| Status | Niet bedreigd |
Iedereen kent de panda, de zwart-witte beer uit de bossen van Oost Tibet en Zuidwest China. Hij wordt ook wel reuzenpanda genoemd. De poten, de kleine ronde oren, en de vacht om de ogen zijn zwart. Er loopt een brede zwarte band over de schouders van voorpoot naar voorpoot. Verder is hij wit, of beter gezegd geelwit. Omdat hij er zo leuk en zo bijzonder uitziet, is hij populair bij mensen. De reuzenpanda is beroemd geworden als het symbool van het Wereld Natuurfonds, het fonds dat zich wereldwijd inzet voor bedreigde diersoorten. De panda hoort bij de grote groep van de beren. Hij kan wel anderhalve meter lang worden en 125 kilo wegen .
Reuzenpanda's zijn schuwe, maar ook zeldzame dieren. Dat maakt het moeilijk om ze in het wild te bestuderen. Bovendien leven ze maar in een klein gebied, een postzegel groot op de landkaart. Daar komt nog bij dat ze vooral de dichtbegroeide bossen bewonen, hoog op de steile berghellingen. En soms leven ze nog hoger, waar de bergen rotsachtig zijn met gevaarlijke rotsspleten en ravijnen. Er ligt vaak sneeuw en het is er mistig. De panda werd daarom ook pas laat ontdekt door onderzoekers. Het was de Fransman Peter David die in het jaar 1869 in Europa bekend maakte dat de panda bestond. De Chinezen wisten het natuurlijk al eerder.
Omdat de panda verzot is op bamboe, wordt hij ook wel eens bamboebeer genoemd. Hij eet het liefst de jonge bamboescheuten; de oude harde stengels laat hij staan. Toch zijn ook de scheuten vaak hard, vezelig en wel een vinger dik. Er zitten weinig voedingsstoffen in. Daarom eet de reuzenpanda verschrikkelijk veel. Hij is wel twaalf uur bezig zijn kostje te vergaren. Als hij eet zit hij meestal rechtop -net als een mens- met de poten wijd uiteen naar voren gestrekt en de rug tegen een boom. Hij klemt de bamboe waarvan hij eet stevig tussen zijn voorpoten. De voorpoten hebben zelfs een huidkussentje. Met die 'zesde vinger' kan hij zijn voedsel beter vastpakken.
De panda is helemaal ingesteld op het eten van taaie bamboe. Hij heeft van alle beren verreweg de breedste kop. Want aan de schedel zitten richels waar de sterke kaakspieren aan vast zitten. Die heeft hij nodig om de vezelige bamboe goed te kauwen. De kiezen van de panda zijn groter en breder dan die van andere beren. Daarmee kan hij de stengels nog beter vermalen. Ook al heeft hij het voedsel nog zo goed doorgekauwd, er blijven altijd harde splinters achter. Die slikt hij zonder er last van te hebben gewoon door.